5. Uitvoering van taken

De toezichtvisie en het toezichtkader zijn leidend voor de toezichthoudende taken van de RvT. Enkele aspecten daarvan worden hierna kort benoemd en besproken.

Identiteit en onderwijskwaliteit

Identiteit en onderwijskwaliteit vormden in 2025 kernpunten van het toezicht. De Raad sprak over vraagstukken rond benoemingsbeleid, identiteit, burgerschap en de omgang met spanningen tussen grondslag en maatschappelijke ontwikkelingen.

In de eerste helft van het jaar werd het jaarthema van het afgelopen schooljaar, sociale veiligheid, verder uitgediept, onder andere in drie schoolbezoeken die in het voorjaar van 2025 werden gehouden. Daarna kreeg het jaarthema ‘burgerschap’ bijzondere aandacht. De Raad liet zich inhoudelijk informeren door presentaties, onder andere van de beleidsmedewerker Onderwijs en Algemene Zaken, en bereidde een verdiepende heisessie in maart 2026 voor. Daarbij stond de vraag centraal hoe burgerschap vanuit de reformatorische identiteit vorm kan krijgen, zonder afbreuk te doen aan de kern van de grondslag, zodat ook door dit onderdeel van het onderwijs invulling gegeven wordt aan de identiteit van de Scholengroep.

Daarnaast is gesproken over verschillende identiteitsvraagstukken en casuïstiek, ook met het oog op de verhoudingen tot de (kerkelijke) achterban en de eigenstandige positie van de Scholengroep. De Raad vervulde hierbij zijn kaderstellende en toetsende rol, met oog voor zorgvuldigheid, consistentie en de effecten voor leerlingen, ouders en betrokkenen. In deze dossiers werd gezocht naar een balans tussen principiële helderheid, pastorale bewogenheid en bestuurlijke uitvoerbaarheid.

Werkgeversrol

Als werkgever van het College van Bestuur houdt de Raad toezicht op het functioneren van de bestuurders en ondersteunt hen waar nodig. In het verslagjaar voerde de remuneratiecommissie functioneringsgesprekken met de leden van het College van Bestuur, waarbij zowel persoonlijke ontwikkeling als de voortgang van strategische doelstellingen aan bod kwamen. Ook wordt steeds aandacht geschonken aan het persoonlijk welbevinden, de werkdruk en het thuisfront van de leden van het CvB.

De Raad waardeert de open en transparante wijze waarop het College van Bestuur de Raad informeerde, ook over complexe dossiers. Daarbij is in voorkomende gevallen gereflecteerd op momenten waarop ontwikkelingen voor de Raad als onverwacht werden ervaren, waaronder inspectieoordelen of identiteitsvraagstukken, met als doel de informatiepositie en voorspelbaarheid verder te versterken.

De bezoldigingsklasse van het College van Bestuur werd, conform eerdere jaren en wettelijke regelingen, vastgesteld in klasse E. Daarnaast sprak de Raad over toekomstbestendigheid, strategische keuzes en de noodzaak van tijdige bijsturing in een veranderende onderwijscontext.

In- en externe belanghebbenden

De Raad besteedde aandacht aan de relatie met interne en externe belanghebbenden, waaronder contacten met kerken en betrokkenen, de positie en rol van de medezeggenschap, ontmoetingsavonden kerk en school en afstemming binnen het reformatorisch onderwijsveld.

Evaluatie en professionalisering van de Raad

In 2025 investeerde de Raad in zelfevaluatie en professionalisering door reflectie op de eigen werkwijze en vergadercultuur, deelname aan scholing (onder andere VTOI), herijking van het toezicht- en toetsingskader en een brede visitatie door de VGS, enkele RvT-leden van andere reformatorische VO-scholen en een externe visitator. Bij de zelfevaluatie is ook betrokken in hoeverre er sprake is van een voldoende onafhankelijke positie van de leden van de Raad van Toezicht. Hieruit zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen

Toezicht op middelen en verantwoording

De Raad houdt toezicht op de rechtmatige en doelmatige besteding van middelen. De Raad stelde vast dat de kosten voor huisvesting en ondersteuning passen binnen de gehanteerde toezichtskaders en dat er geen bovenmatige toevoeging aan de reserves plaatsvond. De Raad sprak met het College van Bestuur over de besparingsopdracht voor de komende jaren.

De jaarlijkse accountantscontrole door Van Ree Accountants verliep naar tevredenheid. Via de auditcommissie stemde de Raad de controle-opdracht met de accountant af. De adviezen uit de managementletter worden door het College van Bestuur opgevolgd; hierover is de Raad geïnformeerd. Gedurende het verslagjaar deden zich geen situaties met (potentieel) tegenstrijdig belang voor.

De Raad keurde het bestuursverslag en de jaarrekening 2024 goed, waarna het College van Bestuur deze heeft vastgesteld. De Raad keurde de begroting 2026 goed en sprak tevens over de meerjarenbegroting.

Strategisch beleid en monitoring

In het kader van de planning- en controlcyclus ontving de Raad twee keer per jaar een rapportage van het College van Bestuur over de voortgang van het strategisch beleid. De rapportage was gebaseerd op monitoringsgesprekken met directeuren en gaf inzicht in de voortgang op de gestelde doelen en de gemaakte bijsturingsafspraken. Op basis hiervan concludeerde de Raad dat er voldoende zicht is op de uitvoering en dat waar nodig wordt bijgestuurd. Ook is nagedacht over de meest passende wijze waarop de Raad de voortgang van de uitvoering van het schoolplan kan volgen en daarover wordt geïnformeerd. Dat heeft geleid tot een gestructureerd proces waarmee dit op een grondige wijze gestalte krijgt.

De Raad besprak tevens de belangrijkste ontwikkelingen in het personeelsbeleid. Daarbij is onder meer gekeken naar personeelsindicatoren zoals instroom, uitstroom en duurzame inzetbaarheid en naar de borging dat beleid en uitvoering in lijn zijn met de grondslag van de stichting.

Relatie met de GMR

De Raad onderhield in 2025 actief contact met de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). Er vond in het voorjaar een gebruikelijk driehoeksoverleg plaats tussen Raad, College van Bestuur en GMR. Er werden nadere afspraken gemaakt over een extra moment van ontmoeting tussen GMR en Raad in het najaar, hetgeen door omstandigheden in 2026 geëffectueerd zal worden. Mevrouw De Kruijf woonde een GMR-vergadering bij, voerde overleg met het dagelijks bestuur van de GMR en vervulde de rol van schakel tussen de Raad en de GMR. In het najaar van 2025 werd deze rol tijdelijk overgenomen door de voorzitter van de Raad, de heer Schalk. De samenwerking droeg bij aan wederzijds begrip en betrokkenheid.