14. Financiën en continuïteit

Continuïteitsparagraaf
 
Continuïteit

Ons financiële beleid is erop gericht de continuïteit van ons christelijk-reformatorisch voortgezet onderwijs te waarborgen. Dat betekent: zorgvuldig omgaan met middelen, inkomsten optimaliseren, kosten beheersen en financiële risico’s beperken. Daarmee creëren we een stabiele basis voor de lange termijn.

Ontwikkelingen en meerjarenperspectief

In de afgelopen jaren waren de financiële resultaten hoger dan verwacht. Dit kwam vooral door incidentele overheidsmiddelen en vacatures die niet vervuld konden worden. We hebben daarbij steeds aangegeven dat een wijziging in deze omstandigheden zou vragen om aanpassing van de kostenstructuur.

De meerjarenbegroting 2026–2029 laat zien dat:

  • het aantal leerlingen daalt door demografische ontwikkelingen;
  • de bekostiging lager uitvalt door een gewijzigde bekostigingssystematiek;
  • de bestemmingsreserves, die de afgelopen jaren extra ruimte boden, worden uitgeput.

Hierdoor zijn de komende jaren besparingen van circa € 1 miljoen noodzakelijk.

Aanpak van besparingen

De scholengroep kiest nadrukkelijk níet voor een generieke “kaasschaaf”. We zoeken naar een beperkt aantal gerichte maatregelen met voldoende financiële impact, waarbij:

  • de onderwijskwaliteit niet wordt aangetast;
  • we een aantrekkelijk werkgever blijven;
  • keuzes aansluiten bij natuurlijke ontwikkelingen binnen de organisatie;
  • we rekening houden met verschillen tussen scholen en hun kostenstructuur.

We zoeken naar een beperkt aantal maatregelen die samen voldoende financiële impact hebben en waarvan de effecten niet teveel strijdig zijn met onze belangrijke strategische uitgangspunten. Toch kunnen de besparingen dan ook voelbaar zijn. Doel is om vóór de volgende begrotingsronde alle benodigde maatregelen concreet uitgewerkt te hebben.

Huisvesting

De komende jaren staan belangrijke (ver)bouwprojecten gepland, waaronder:

  • (ver)nieuwbouw van Beroepencollege De Swaef in Rotterdam;
  • uitbreiding van Driestar Leiden;
  • renovatie van Driestar Lekkerkerk.

Deze projecten brengen financiële risico’s met zich mee en vragen om strakke beheersing.

Dankbaarheid

We zien financiële uitdagingen, maar ook veel zegeningen. We zijn dankbaar dat er ondanks de ontwikkelingen perspectief is op continuïteit van ons onderwijs.

Leerlingenaantallen

De jaarlijkse prognoses laten zien dat in onze scholen samen ruim 1.500 leerlingen per jaar instromen. Dit aantal daalt de komende jaren licht. Opvallend is dat:

  • de afstroom naar het mbo in eerdere jaren toenam;
  • de daling vooral optreedt bij de Wartburg-scholen.
 
Personeel

Door de dalende leerlingenaantallen én het beëindigen van tijdelijke subsidieregelingen — zoals de NPO-middelen — verwachten we in de komende jaren een geleidelijke afname van het aantal fte.

 

Financiële kengetallen

De Inspectie van het Onderwijs hanteert signaleringswaarden voor de belangrijkste financiële kengetallen. Deze geven een indicatie van een gezonde financiële positie. Onze interne normen zijn gebaseerd op deze signaleringswaarden.


Liquiditeit
  • Toont of de school haar kortlopende verplichtingen kan betalen.
  • Onze interne norm: 1,0.
  • Aan deze norm wordt ruim voldaan, mede door tijdelijke middelen voor werkdruk en basisvaardigheden.
Solvabiliteit
  • Geeft de verhouding weer tussen eigen en vreemd vermogen.
  • Onze solvabiliteit ligt ruim boven de ondergrens van 0,3, maar daalt vanaf 2024 door het afnemen van bestemmingsreserves.
Absolute omvang liquide middelen
  • Ligt ruim boven de inspectienorm van € 100.000.

Voor onze scholengroep is het weerstandsvermogen de belangrijkste indicator voor het weergeven van de financiële positie.

 
Weerstandsvermogen
  • Functie: buffer bij financiële tegenvallers.
  • De inspectie neemt het totale eigen vermogen als uitgangspunt (Weerstandsvermogen II).
  • Onze school hanteert een eigen berekeningswijze (alleen algemene reserve en private bestemmingsreserve), omdat bestemmingsreserves een vaststaande bestemming hebben (zie Weerstandsvermogen I).
  • Het benodigde weerstandsvermogen is in 2025 herijkt op € 9.625.000.
  • Onze reserves zijn solide gevuld tot boven het minimaal gewenste niveau, maar zijn niet bovenmatig. We vinden het belangrijk dat publiek onderwijsgeld optimaal aan het onderwijs wordt besteed en niet onnodig in reserves gaat zitten.
Rentabiliteit 
  • Geeft de verhouding weer tussen het financiële resultaat en het vermogen waarmee dat resultaat is behaald.
  • Onderwijsinstellingen streven naar een nulresultaat;
  • Fluctuaties ontstaan vaak door normatieve bekostiging, waarbij de baten verantwoord moeten worden in het boekjaar waarop de toekenning betrekking heeft en de lasten in het verslagjaar waarop deze lasten betrekking hebben,
  • De genormaliseerde rentabiliteit over 2025 bedraagt –0,4% en blijft komende jaren naar verwachting licht negatief.
Huisvestingsratio
  • Geeft het aandeel huisvestingskosten in de totale lasten weer.
  • Casussen laten zien dat de gevolgen van financiële risico’s die met huisvesting samenhangen, groot kunnen zijn.
  • Onze interne signaleringswaarde is 8%.

Omdat publiek onderwijsgeld optimaal aan onderwijs moet worden besteed en niet onnodig in reserves gaat zitten, hanteert de Inspectie van het Onderwijs een signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen, het normatief publiek eigen vermogen

 
Normatief publiek eigen vermogen
  • Ons eigen vermogen ligt ruim onder de signaleringswaarde van de Inspectie.
     
Financieel resultaat

Het jaar 2025 is afgesloten met een negatief genormaliseerd resultaat van € 417.000. 


De afgelopen jaren hebben we diverse keren extra bekostiging ontvangen van de overheid, wat een van de redenen was van een reeks positieve jaarresultaten. Inmiddels is de situatie veranderd door:

  • afname van incidentele overheidsmiddelen;
  • dalende leerlingenaantallen;
  • lagere bekostiging door gewijzigde bekostigingssystematiek;
  • minder onvervulde vacatures dan in voorgaande jaren.

Vanaf 2027 verwachten we oplopende tekorten. De benodigde besparingsmaatregelen worden vóór de komende begrotingsronde uitgewerkt.

 

Hieronder volgen de belangrijkste verschillen tussen de begroting en de realisatie in 2025.


Financiële positie

Onze financiële positie weerspiegelt de mate waarin wij in staat zijn om onze onderwijsopdracht duurzaam, toekomstgericht en risico-bestendig uit te voeren. De opbouw en ontwikkeling van het eigen vermogen spelen daarbij een centrale rol. Het eigen vermogen bestaat uit drie hoofdcomponenten: de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het bestemmingsfonds. Elk onderdeel heeft een eigen functie en geeft inzicht in de mate van financiële robuustheid, flexibiliteit en doelgerichtheid in de besteding van middelen.

Algemene reserve

De algemene reserve vormt de belangrijkste financiële buffer van de scholengroep. Deze reserve wordt niet vooraf toegedeeld aan specifieke doelen, maar dient om:

  • onvoorziene tegenvallers op te vangen;
  • schommelingen in inkomsten en uitgaven te compenseren;
  • continuïteit te garanderen bij tijdelijke beleidswijzigingen of demografische veranderingen.

Per 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve € 11.281.000.

Het negatieve genormaliseerde resultaat over 2025 is hieruit onttrokken, conform het beleid om incidentele tekorten via deze buffer op te vangen.

De omvang van deze reserve bevindt zich boven het minimaal gewenste niveau, maar wordt door de komende jaren van dalende bekostiging en verwachte negatieve resultaten wel belangrijker. De algemene reserve blijft daardoor een cruciale stabilisator voor de meerjarenbegroting 2026–2029.

Bestemmingsreserves publiek

De publieke bestemmingsreserves zijn middelen met een vooraf bepaald bestedingsdoel, veelal gekoppeld aan wettelijke of beleidsmatige afspraken. Deze reserves bieden financiële ruimte om structurele verplichtingen of beleidskeuzes uit te voeren zonder dat dit ten koste gaat van de reguliere exploitatie.

Huisvesting Gouda

Voor de nieuwbouw en renovatie aan het Ronsseplein is een bestemmingsreserve gevormd waaruit de jaarlijkse afschrijvingskosten worden gedekt.

  • Afschrijving per jaar: € 267.000
  • Saldo per 31 december 2025: € 2.024.000

Deze reservering voorkomt dat huisvestingslasten de beschikbare middelen voor onderwijskwaliteit onder druk zetten.

Verlichting lerarentekort en werkdruk

De scholen ontvangen jaarlijks aanvullende bekostiging voor werkdrukverlaging. De bestedingen hiervan worden zorgvuldig afgestemd met personeel.

  • Ontvangen in 2025: € 1.421.000
  • Besteed in 2025: € 1.266.000
  • Saldo per 31 december 2025: € 2.873.000

De hoogte van deze reserve laat zien dat er nog ruimte is om komende jaren maatregelen te blijven treffen die bijdragen aan de werkdrukverlaging en duurzame inzetbaarheid.

Nationaal Programma Onderwijs

Via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) hebben scholen geld ontvangen om hiermee leerlingen te helpen om leervertragingen en andere problemen aan te pakken die door corona zijn ontstaan.

  • Kosten in 2025: € 1.252.000
  • Saldo per 31 december 2025: € 2.485.000

De resterende middelen zijn bedoeld om lopende programma’s gefaseerd af te bouwen en zorgvuldig in te passen in de reguliere onderwijsorganisatie.

Bestemmingsreserve privaat

De bestemmingsreserve privaat bestaat uit middelen zonder wettelijke of externe bestemming. Deze reserve wordt daarom, in lijn met ons beleidskader, volledig meegerekend in het weerstandsvermogen.

Dit betekent dat deze reserve niet alleen dient als strategische beleidsruimte, maar ook als aanvullende buffer voor risico’s die in de jaarlijkse risicoanalyse worden geïdentificeerd.

  • Saldo per 31 december 2025: € 3.812.000

Het opnemen van deze reserve in het weerstandsvermogen draagt bij aan een stevig financieel fundament, zonder dat hiermee middelen worden geblokkeerd die een vooraf bepaald (publiek) doel hebben.

Bestemmingsfonds privaat

Per 1 mei 2021 is de stichting Materiële Steun ontbonden. Het vermogen van € 576.000 is geschonken met de opdracht het uitsluitend te besteden aan ondersteuning van het reformatorisch voortgezet onderwijs in de regio Rotterdam/Dordrecht. In het bijzonder gaat het om financiële steun wanneer lange reisafstanden ertoe leiden dat de school anders (financieel) onbereikbaar wordt. Voor dit doel wordt jaarlijks ook een gift van de ouders gevraagd, met in 2025 een opbrengst - inclusief collecten en andere giften - van € 149.000. De kosten voor de identiteitsgebonden zaken waren € 92.000. Het saldo per 31 december 2025 bedraagt € 432.000.

Het bestemmingsfonds bevat middelen die specifiek moeten worden ingezet voor het reformatorisch voortgezet onderwijs in Rotterdam en Dordrecht.

  • Ontstaan uit de ontbinding van de Stichting Materiële Steun.
  • Jaarlijks wordt aanvullend een ouderbijdrage gevraagd.

In 2025:

  • Opbrengst: € 149.000
  • Kosten identiteitsgebonden ondersteuning: € 92.000
  • Saldo per 31 december 2025: € 432.000

Dit fonds borgt dat ook in situaties met lange reisafstanden of beperkte financiële ruimte gezinnen blijvend toegang houden tot reformatorisch onderwijs.

Investeringen

In 2025 is € 2.471.000 geïnvesteerd in gebouwen, inventaris, apparatuur en ICT, tegenover een begroting van € 3.131.000. Enkele investeringen zijn doorgeschoven vanwege lopende onderzoeken - zoals het onderzoek naar de renovatie van het klimaatsysteem op Guido de Brès en Marnix - of gewijzigde of uitgestelde huisvestingsplannen. Wel zijn extra brandveiligheidsmaatregelen uitgevoerd in de gebouwen Alfa en Beta. Ook is € 285.000 geïnvesteerd in meerjarig inzetbaar lesmateriaal.

Aanbestedingen

De scholengroep werkt volgens een vastgesteld inkoop- en aanbestedingsbeleid dat is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving voor onderwijsinstellingen. Dit beleid heeft als doel de inkoopprocessen professioneel, transparant en doelmatig te laten verlopen. Het biedt houvast aan medewerkers en zorgt ervoor dat keuzes herleidbaar, onderbouwd en controleerbaar zijn. Bij investeringen groter dan € 30.000 wordt een aanbestedingsdossier opgebouwd.

In 2025 zijn meerdere meervoudig onderhandse procedures gevolgd, waarbij verschillende aanbieders zijn uitgenodigd om een offerte uit te brengen.

Daarnaast zijn er Europese aanbestedingen uitgevoerd voor:

  • de levering van digiborden;
  • de levering en het onderhoud van leasefietsen.
Allocatie van middelen naar schoolniveau

Het allocatiemodel van de scholengroep heeft als doel om de beschikbare middelen zo eerlijk, transparant en doelgericht mogelijk over de locaties te verdelen. De directeuren hebben daarbij volledige lijnverantwoordelijkheid voor de eigen school, maar opereren tevens binnen een organisatiebreed kader waarin gezamenlijke prioriteiten worden gesteld.

Op directieniveau zijn portefeuilles ingericht die corresponderen met die van het College van Bestuur. Vanuit een portefeuille heeft een directeur een functionele relatie met de inhoudelijk deskundigen van Advies & Ondersteuning. Deze structuur bevordert:

  • samenhang in beleid;
  • eenduidige uitvoering;
  • deskundige afwegingen bij investeringen en begrotingen.

Hoewel portefeuillehouders inhoudelijk adviseren en meedenken, blijft de directeur van elke locatie eindverantwoordelijk voor de uitvoering op de eigen school.

Allocatiebeslissingen worden niet louter vanuit het belang van één locatie genomen, maar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dit betekent dat:

  • investeringen worden beoordeeld op meerwaarde voor de hele scholengroep;
  • begrotingen worden getoetst aan organisatiebrede strategische doelen;
  • keuzes op korte termijn passen binnen langetermijncontinuïteit.

Door deze werkwijze blijft het evenwicht bewaard tussen autonomie van scholen en gedeelde strategische sturing.

Treasury

De treasuryfunctie speelt een belangrijke rol in het waarborgen van de financiële continuïteit van de scholengroep. Het treasurystatuut voldoet aan de Regeling beleggen, belenen en derivaten OCW 2016, die strikte richtlijnen geeft voor het risicobeheer en het gebruik van publieke middelen.

De treasury is gericht op:

  • het beheersen van financiële risico’s, zoals renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico;
  • het minimaliseren van financieringskosten;
  • het veilig en zorgvuldig beheren van liquide middelen;
  • een doelmatig betalingsproces.

Treasury vormt daarmee een integraal onderdeel van de interne beheersing en draagt bij aan stabiele en voorspelbare financiële sturing.

De scholengroep maakt gebruik van Schatkistbankieren. Hierdoor worden publieke middelen ondergebracht bij de Staat tegen minimale risico’s.

De treasuryfunctie ondersteunt de strategische doelen van de scholengroep door:

  • voldoende middelen beschikbaar te hebben voor geplande investeringen (zoals nieuwbouw en renovatie);
  • zekerheid te bieden dat de organisatie ook bij schommelingen in inkomsten kan blijven voldoen aan haar verplichtingen.

Hiermee draagt treasury direct bij aan de continuïteit van ons onderwijs. In het verslagjaar deden zich geen liquiditeitsproblemen voor.

Risicomanagement / strategische realisatie

Een solide risicomanagementsysteem is essentieel om de continuïteit en kwaliteit van ons onderwijs te waarborgen. Binnen onze scholengroep is risicomanagement volledig geïntegreerd in de planning- en controlcyclus en wordt het beschouwd als een continu proces dat helpt om strategische doelen te realiseren, risico’s vroegtijdig te signaleren en passende maatregelen te treffen.

Plan & control

De plan- en controlcyclus vormt de kern van onze interne beheersing. Binnen deze cyclus worden zowel prestatie-indicatoren (voor strategische doelrealisatie) als risico-indicatoren (voor beheersing van mogelijke bedreigingen) periodiek gemonitord. Deze informatie maakt deel uit van onze managementrapportages.

Elk jaar is er een structurele cyclus voor verantwoordings- en monitoringsgesprekken, waarbij indicatoren systematisch worden besproken. Hierdoor ontstaat een cyclisch proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen.

Planning & control en het weerstandsvermogen zijn daarbij communicerende vaten: hoe beter de procesbeheersing, hoe lager het benodigde weerstandsvermogen kan zijn, omdat risico’s sneller worden gesignaleerd en beheerst.

Het actuele en geprognosticeerde weerstandsvermogen wordt steeds betrokken bij financiële sturing en vormt een vast onderdeel van de meerjarenbegroting.

Risicomanagement

Ons risicomanagement richt zich op het identificeren, beoordelen en beheersen van risico’s die het realiseren van onze doelstellingen kunnen beïnvloeden. Het beleid is gestoeld op een doorlopende cyclus:

Identificatie van risico’s

  • zowel op schoolniveau als op organisatieniveau;
  • jaarlijks actualiseren door directies, CvB en afdelingen.

Beoordelen van risico’s

  • inschatting van impact en waarschijnlijkheid;
  • bepalen of bestaande maatregelen toereikend zijn.

Maatregelen nemen

  • aanvullende beheersingsmaatregelen formuleren waar nodig;
  • risico’s toewijzen aan verantwoordelijke functionarissen.

Risicomanagement is daarmee een beleidsmatig proces dat breed in de organisatie leeft.

Om op mogelijke risico's te kunnen anticiperen, is het belangrijk om deze vroegtijdig te signaleren. We doen dat op verschillende manieren, omdat er sprake is van verschillende categorieën en niveaus van risico’s.

1. Risicoparagraaf in plannen

Bij projectplannen, schoolplannen en teamplannen wordt standaard een risicoparagraaf opgenomen. Hierin wordt benoemd:

  • welke factoren de doelrealisatie kunnen hinderen;
  • welke maatregelen worden getroffen als risico’s zich voordoen.

Dit bevordert een realistische planning en versterkt het anticiperend vermogen van de organisatie.

2. Procesrisico’s en interne beheersing

Onze werkprocessen zijn ingericht om activiteiten efficiënt uit te voeren, de juiste financiële verslaglegging te borgen en te voldoen aan wet- en regelgeving. Belangrijke beheersmaatregelen zijn onder meer:

  • duidelijke gedragscodes en reglementen;
  • functiescheiding en een vierogenprincipe;
  • beveiliging van informatie en fysieke eigendommen;
  • geautomatiseerde workflows die juist werken afdwingen;
  • IT-maatregelen zoals toegangsbeveiliging;
  • registratie en analyse van handelingen;
  • trainingen en bewustwording bij medewerkers.

Deze maatregelen zijn vastgelegd in onze administratieve organisatie en interne controle (AO/IC).

3. Interne audits

Via interne audits toetsen we:

  • of processen conform beschrijving verlopen;
  • of beheersmaatregelen effectief zijn;
  • of (fraude)risico’s tijdig worden gesignaleerd;
  • waar verbeterpotentieel ligt.

Processen die nog niet geaudit zijn, worden de komende jaren ingepland.

4. Jaarlijkse risicoanalyse

De risicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van input van alle scholen, het College van Bestuur en Advies & Ondersteuning. Hierin worden vragen behandeld zoals:

  • Moeten risico’s worden verwijderd of toegevoegd?
  • Zijn beheersmaatregelen nog passend of moeten deze worden aangescherpt?

De risicoanalyse vormt de basis voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. Dit benodigde vermogen is voor 2025 vastgesteld op € 9.625.000 bij een zekerheid van 95%.

Uit de meest recente risicoanalyse komen de volgende risico’s naar voren met de grootste impact:

  • informatievoorziening & privacy (AVG);
  • eigenrisicodragerschap ZW en WGA;
  • sterke afwijking in leerlingaanmeldingen;
  • wisselend politiek klimaat;
  • werkdruk;
  • uitval van IT-systemen;
  • onvoldoende kostenflexibiliteit;
  • kwaliteit van huisvesting en (over/onder)capaciteit;
  • toenemende zorgvraag.

Deze risico’s beïnvloeden zowel de financiële als de onderwijsinhoudelijke stabiliteit.

5. Beïnvloeden van het integriteitsklimaat

Een integer organisatieklimaat is cruciaal voor de effectiviteit van beheersmaatregelen. Onze inspanningen richten zich op:

  • het stimuleren van professioneel, transparant en integer handelen;
  • het ontmoedigen van frauduleus of ongewenst gedrag;
  • het voeren van jaarlijkse intervisiemomenten in het CvB/Directeurenoverleg rondom de vier principes van goed onderwijsbestuur: professionaliteit, integriteit, openheid en transparantie;
  • jaarlijkse gesprekken binnen de governancedriehoek (RvT - GMR - CvB).

Deze gesprekken dragen bij aan een gedeelde taal, herkenning van signalen en onderhoud van de gewenste cultuur.

Sponsoring

In het verslagjaar zijn geen sponsorbijdragen ontvangen die financieel materieel zijn of van invloed zijn op het sponsorbeleid van de scholengroep.